Is duurzaam mooi,
Is mooi duurzaam,
Is mooi gewoon mooi,
en duurzaam alleen duurzaam?
Aanleiding
Na de presentatie op het Symposium "verantwoord ondernemen met Hout" van 15 october j.l. verzuchtte Bert Aalbers: " We
hebben geen middelen om goede presentaties te maken en te houden, al die anderen hier kunnen daar tijd en geld voor vrijmaken,
wij niet..." Bert Aalbers en Otto Koedijk waren hun presentatie " Is duurzamer ook mooier" begonnen met de mededeling:
"we zijn er niet uitgekomen ondanks 4 gesprekken en vele A-viertjes. We gaan naar hiernaast waar het werk van Kopshout staat
geëxposeerd en vertellen een en ander bij de geÎxposeerde meubels."
Jammer dat op zo’n symposium een specifieke invulling van de kant van de houtbewerkers zo diffuus blijft. Als het gaat om thema’s als
"Duurzaam ondernemen in hout" is het van belang dat ook houtbewerkers een duidelijk verhaal kunnen vertellen.
Inderdaad, we hebben nauwelijks tijd of geld om presentaties te maken, maar misschien kunnen we met elkaar wel een goed verhaal over
duurzaam houtbewerken opbouwen. Houtstof kan het middel zijn om in de vorm van een serie artikelen ideeën uit te wisselen en ter
discussie te stellen.
Om dit op gang te brengen zal ik de spits afbijten met mijn verhaal
Duurzaamheid
Het begrip duurzaam in de zin waarin het nu wordt gebruikt is nog niet zo heel oud en pas in het bewustzijn gekomen na een stortvloed van
industrieel vervaardigde wegwerpproducten of producten met een beperkte levensduur in het midden van de 20e eeuw.
Als gevolg van massaproductie en -consumptie in de 20e eeuw kristalliseerden zich ook de keerzijden ervan uit. Excessief gebruik
van fossiele energie en grondstoffen, vervuiling van milieu en leefomgeving deden het begrip duurzaam in de zin zoals we dat nu kennen
ontstaan.
Op dit moment staat duurzaamheid sterk in de , ook politieke, belangstelling. Het ministerie van Economische Zaken hanteert het begrip
"duurzame Economie", alleen wordt daar een duurzaam groeiende economie bedoeld, zonder de steeds terugkerende terugval die we
nu kennen.
Duurzaam wordt hier gebruikt in de zin van een lange levensduur. Verantwoord gebruik van energie en grondstoffen hangt daarmee samen,
naast het beperken van milieuaantasting in brede zin.
Schoonheid
Schoonheid is wat minder helder te omschrijven. Vitruvius (Romeinse bouwmeester) en vele anderen hebben criteria opgesteld voor schoonheid,
allemaal sterk geworteld in de eigen cultuur en heersende moraal. De gulden snede is een voorbeeld van het zoeken naar een universele norm
voor schoonheid. Dat bleek later een illusie, het resultaat werd lang niet altijd en zeker niet door iedereen mooi gevonden. Een begrip als
schoonheid blijkt niet in regels te vatten.
William Morris (Arts and Crafts beweging eind 19e eeuw) schreef: "A beautiful thing is a joy forever". In een andere
tijd, andere cultuur andere moraal zingt Frank Zappa vanuit zijn visie op de Amerikaanse samenleving zeer cynisch:
"Beauty is
a bikini wax
a pair of shoes that makes you want to die
a coloured pencil all around your eye
BEAUTY IS
BEAUTY IS
BEAUTY IS
...........................A LIE".
Schoonheid is dus afhankelijk van cultuur, tijd, heersende moraal, levens- en maatschappijvisie. Schoonheid is bovendien niet zozeer een
begrip maar een onbenoembare eigenschap die een bepaalde emotie oproept. Uitdrukkingen als "dat spreekt me aan", "dat vind
ik mooi" , "dat doet me wat" geven daar uiting aan. Schoonheid is een ervaring bij de toeschouwer, schoonheid is een
emotie meer iets van de toeschouwer dan van het object. Iets is niet mooi of lelijk, iets wordt mooi of niet mooi gevonden.
Het concept
In onze tijd wordt die "schoonheidservaring" heel vaak niet opgeroepen door het ding zelf, maar door het idee of concept dat
erachter zit. In de kunst heerst nu de opvatting dat een object van kunst vooral de emotie van de kunstenaar vorm geeft. Een extreme uiting
daarvan is dat de kunstenaar een alledaags voorwerp kan veranderen tot een kunstobject door er iets mee te doen. Duchamps vond een
doodgewone toiletpot, stelde die ten toon en verklaarde hem tot kunstwerk. Yoko Ono nam een hap uit een appel, legde die in een vitrine en
bestempelde het als kunst. De kunstenaar is dan een soort magiër, een voorwerp wordt door zijn tussenkomst een bijzonder voorwerp,
een kunstvoorwerp. De wijze waarop het kunstvoorwerp is uitgevoerd speelt nauwelijks een rol, daar heeft de industrie of de natuur al voor
gezorgd. Het concept, het idee vormt de essentie.
Voor onze vraag naar duurzaamheid en schoonheid zou dat betekenen dat men een duurzaam geproduceerd product mooi vindt als duurzaamheid
mooi wordt gevonden. Het is mooi vanwege de gedachte erachter. Een voorbeeld daarvan zien we in de MEMO beweging, die in de jaren tachtig
van de vorige eeuw ontstond. MEMO stond voor Mens en Milieuvriendelijk ondernemen. De nadruk lag vaak sterker op dit etiket dan op kwaliteit
van de geleverde producten (geldt niet voor alle MEMO bedrijven). Ondanks de soms twijfelachtige kwaliteit (en duurzaamheid) van de producten
werden die toch verkocht. Vaak werd het enigszins amateuristische bouw als mooi ervaren, het is een MEMO product hoorde ik wel zeggen. Het
mooie was niet zozeer het object maar het idee erachter, het MEMO merk.
Iets dergelijks valt te zien in het verschijnsel merkkleding in deze tijd. De kleding wordt ver weg gemaakt in anonieme ateliers door
anonieme handen en komt als anoniem product naar het atelier waar het merk wordt ingenaaid. Dan is het ineens een begerenswaardig, mooi en
duur merkproduct. Het is niet het object, maar het logo dat duur verkocht wordt.
In bijvoorbeeld het meubeldesign valt zo een soort ontwikkeling te zien. Het meubel is een weergave van het idee en concept, het maken
gebeurt in anonieme productiehallen, door anonieme machines, anonieme handen. Niet de maker maar de ontwerper is het boegbeeld. Zoals eerder
in de kunst roept het idee meer de schoonheidservaring op dan het meubel zelf. Piet Hein Eek maakte kasten van gevonden deurtjes die hij aan
elkaar bouwde. Door velen wordt dat mooi gevonden ondanks de niet op elkaar afgestemde kleuren verf, afmetingen en verhoudingen van de
onderdelen.
In de massaproducerende industrie speelt het ontwerp een cruciale rol, uitvoering daarvan is zo uniform mogelijk, dezelfde kleur, dezelfde
afmetingen, dezelfde smaak. Het concept achter bijvoorbeeld McDonalds, overal ter wereld moet die hamburger exact hetzelfde smaken, wegen
en gebruind zijn. Om herkenbaar te blijven in de zee van andere massaprodukten moet er een bijzonder ontwerp of concept aan ten grondslag
liggen. Producten worden klonen van idee en concept en hebben dan ook geen eigen karakter maar zijn een van heel veel dezelfde velen,
een massaprodukt dus.
Eigen invulling
Voor mij is schoonheid onlosmakelijk verbonden met de relatie tussen voorwerp en gebruiker. Dat vormt de kern van ontwerpen en tegelijkertijd
de manier waarop ik duurzaamheid in mijn werk invulling geef: "Iets dat past in iemands leven en beleven wordt niet na een paar jaar op de
stoeprand gezet". Centraal is voor mij dat ik zelf zowel ontwerper als maker ben. Als ontwerper zoek ik naar functie, vormgeving en
uitvoering die het best bij die specifieke gebruiker past. Als maker bouw ik het meubel, maak ook het ontwerp af.
Ontwerpen
Een tafel is niet alleen maar vier poten en een blad, maar vooral ook een plek waar wordt gegeten, gepraat, waar mensen elkaar ontmoeten.
Zo is een boekenkast meer dan een bergplaats voor papier, voor een verwoed lezer zijn die boeken z’n vrienden, de kast hun huis. Zo’n
betekenis vormt voor mijn de leidraad bij het maken van een ontwerp.
Daarnaast speelt ook de zogenaamde fysieke ruimte mee in tot stand komen van een ontwerp. Een ruimte wordt ervaren door zijn begrenzingen:
een kamer krijgt door muren, vloer en plafond voor ons waarneembare dimensies. De begrenzingen doet ons de ruimte ervaren en roept een
emotie op. Eenzelfde ruimte kan als groot, klein, benauwd of ruim worden ervaren door licht, kleur en verhoudingen te veranderen. Een tafel
lijkt bijvoorbeeld in een 2 meter hoge ruimte te hoog, in een 4 meter hoge ruimte te laag. Een ander voorbeeld is dat groot object in onze
ervaring een ruimte kleiner maakt, een klein object maakt het groter. Zo heb ik het blad schrijftafel voor een klein kamertje trapeziumvormig
gemaakt. Dat versterkt het verkort (naar elkaar toelopen van de lijnen in een perspectief) en doet het blad in onze ogen smaller lijken dan
het in werkelijkheid is. Pas als je aan de tafel werkt, wordt duidelijk dat het blad normale afmetingen heeft. Deze tafel doet het kamertje
niet kleiner lijken ook al neemt hij een groot deel van de ruimte in beslag. Er lijkt veel ruimte over te blijven.
Dit verschijnsel wordt goed verwoord door Chillida (Baskisch beeldhouwer): Space is very rapid matter, matter is very slow space""
. Door een voorwerp in een ruimte te zetten, verandert in onze beleving zowel de ruimte als het voorwerp.
Hout
Hout is voor vrijwel iedereen een mooi materiaal, men ervaart daar prettige aangename gevoelens bij. "Hout is een levend materiaal"
is een vaak bezigde uitspraak (als houtbewerkers weten we dat wanneer hout leeft er een probleem is). Zo’n uitspraak geeft weer dat
"hout veel mensen iets doet". Het is fijn om naar te kijken, prettig om aan te raken, etcetera.
Voor mij is de structuur van hout interessant. De structuren zijn ontstaan door groeiprocessen, immens complex en grotendeels nog onbegrepen.
Structuur, lichtreflectie, kleurschakeringen creëren fascinerende patronen, vooral wanneer die patronen zijn gespiegeld, zich herhalen,
doorlopen over een meubel of object. Een afwerking met olie en was of politoer en was haalt in combinatie met polijsten de structuur op en
lijkt een blik te gunnen in het inwendige ervan. De patronen geven naast de vorm, ieder meubel of object zijn eigen karakter, verschillend
van elk ander meubel met misschien wel dezelfde vorm en in dezelfde houtsoort. Op die manier wordt het ontwerp tijdens het bouwen nog
vervolmaakt.
Het "bestek" maken voor een meubel is voor mij daarom vooral een zoektocht naar een uitgebalanceerde compositie van patronen in
plaats van het zoeken naar de voordeligste manier om hout voor de verschillende onderdelen te gebruiken. Vaak speelt
"toeval of onvermijdelijkheid" mee. Bij openzagen van een deel bestemd voor het blad van een schaaktafel bleek het gespiegelde
patroon de vorm van de kop van een uil te bevatten. De uil is het symbool voor Pallas Athene, voor de oude Grieken de godin van wetenschap
en intellectuele strijd. Zo een "vondst” is waarschijnlijk eenmalig, de schaaktafel is daarom al volstrekt uniek. Er zal nooit meer
zoiets uit een stuk hout komen. Dit verhaal hoort bij deze tafel, maakt hem ook in die zin bijzonder voor de opdrachtgever."
Verhalen
Een meubel of object dat op deze manier wordt ontworpen en gemaakt, spreekt de emotie van de gebruiker aan en krijgt zo een eigen betekenis.
De gebruiker voelt er zich mee verbonden, vertelt het verhaal aan kinderen, vrienden en verder. Het meubel is dan niet een onpersoonlijk
object maar een stukje in iemands beleven. Tejo Remy, tegenwoordig van Droog Design, merkte bij een tafel die ik had gemaakt op: "Dit
is het antiek van de toekomst".
Illustratief is ook de vraag van een oude klant waar ik twintig jaar geleden een tafel voor heb gemaakt (niet eens in hout). De klant gaat
verhuizen, de tafel past niet in het nieuwe huis. Haar vraag was of ik iemand wist de tafel wilde overnemen. De tafel bij het oud vuil
zetten, kon de eigenaresse zelfs na twintig jaar intensief gebruik, niet over haar hart verkrijgen. Uiteindelijk heeft zij zelf iemand
gevonden die de tafel nu gebruikt.
Zo kwam ik na bijna vijftien jaar een vergadertafel tegen bij een architekt die deze tafel had overgenomen van de organisatie waar die in
eerste instantie voor gemaakt was. De architect was zeer verguld eindelijk diegene te ontmoeten die de tafels waar hij apetrots op was, had
gemaakt.
Zo zijn er in de loop van meer dan twintig jaar dat ik als ontwerper en meubelmaker werk, meer van mijn meubels van eigenaar veranderd. Als
ik toevallig de nieuwe eigenaar tegenkom blijkt die het verhaal over ontwerp, hout en maakproces te kennen en dat ook te waarderen als
"toegevoegde waarde" en te ervaren dat hij iets bijzonders heeft. Zulke meubels blijken dus duurzaam te zijn. Niet alleen de wijze
van maken en afwerken speelt daar een rol in, maar ook vormgeving, compositie met houtstructuren en ontstaansgeschiedenis. Hout is dan wel
geen levend materiaal, maar het gaat zo wel leven.
Tot slot
Schoonheid is een sterk persoonlijke beleving, duurzaamheid een begrip van de ratio. Door in vormgeving, spel van patronen in hout en
uitvoering in te spelen op het gevoel voor schoonheid van de gebruiker krijgt het in principe levenloze voorwerp een eigen karakter,
eigen betekenis en een eigen verhaal dat op zijn beurt wordt doorgegeven als een waardevol iets.
Op basis van dit alles concludeer ik dat "mooier duurzamer is".
Jan van Tiggelen.
"It’s time for a new generation of products,
that can age slowly and in a dignified way,
become our partners in life
and support our memories"
Ezio Manzini
(artikel in Houtstof , kwartaalblad van Stichting Houtrijk, vh. Ver. Houtrijk Nederland.)