kunst of ambacht?

Art of Craft
Artist, Artisan.

Olivier Messian, 20e eeuwse componist, noemde zich "Ritmicien" en wilde zo het ambacht van zijn muziek die sterk werd geinspireerd door de zang van vogels, benadrukken,. De basis van geluiden uit de natuur deed hem besluiten zichzelf als ambachtsman (artisan) te beschouwen en niet als kunstenaar (artist).
Eeuwenlang is deze opvatting gangbaar geweest, in de middeleeuwen waren kunst en ambacht één, de maker bleef zelfs anoniem, uitvloeisel van de gedachte hij gestuurd werd door "krachten uit de hemel". De maker was niet de schepper, maar een werktuig van hogere machten.

Met de Renaissance en de herwaardering van het individu als zelfstandig denkend en handelend wezen veranderde deze opvatting navenant. Het individu werd schepper en maker. Het ambacht in brede zin was de basis van dit alles. Ook in ontwikkeling van de wetenschap speelde het ambacht een grote rol, Galileo kon slechts door zijn vaardigheden als ambachtelijke maker van optische instrumenten zijn ideeën over bewegingingen van zon, maan en planeten toetsen. De combinatie ambachtsman, wetenschapper en kunstenaar, zoals bij Leonardo da Vinci, was in het geheel niet ongebruikelijk. Als wetenschapper moest hij zijn eigen intrumenten bouwen om zijn theorieën aan te kunnen tonen, als kunstschilder zijn eigen kleuren maken, om "La Joconda" (Mona Lisa) haar raadselachtige glimlach te kunnen geven.
In de banale maatschappij vervulde de ambachtsmensen de rol die de industie nu heeft, productie van gebruiksvoorwerpen, werktuigen en handelswaar. Vaak een vorm van serieproductie in grote werkplaatsen, gebaseerd op een beproefd ontwerp dat in grote lijnen al veel en veel l anger zonder noemenswaardige veranderingen in zwang was. Het betekende niet dat alle producten volstrekt identiek waren, er bleven verschillen, gevolg van de handmatige productie.

Volstrekt identiek werden de producten pas in het industrieel proces, waar ook de vormgeving sterk veranderde. Gebaseerd op de industriële wijze van maken, werd die sterk afhankelijk van de capaciteiten van de machine, eerst strak, straight en simpel, later door ontwikkelen van de mogelijkheden van machines ontstaat zo een industriële vormgeving. Die slaat een totaal andere weg in en creëert andere mogelijkheden dan de traditionele ambachtelijke vormgeving. Een grote breuk met het verleden die ook grote maatschappelijke consequenties heeft, groei van steden, transport etc, etc.

Dan begint de scheiding van tekenbord en werkbank, en wordt ontwerper een beroep waar beheersen van gebruikte technieken en materialenkennis minder van belang wordt gevonden dan kennis van vormgeving en vormentaal. Die scheiding is in de wereld van nu vrijwel absoluut geworden, de wegen splitsen zich al in het basisonderwijs, en leiden naar totaal verschillende posities in de industrie.
De zo gegroeide tegenstelling van industrieel versus ambachtelijk vult de term ambachtelijk in. De term werd geboren uit een nostalgische benadering van ca.30 jaar geleden, markten met oude ambachten zijn daar een voorbeeld van. Ambachtelijke vormgeving wordt daarom ook nu sterk geassocieerd met traditionele vormgeving en produceren van kopieën van kopieën van kopieën in een robuuste enigszins ongepolijste stijl.
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw jaar ontwikkelden James Krenov, Richard Raffan, George Nakashima, John Makepiece een eigen vormentaal en stijl in meubelen en gedraaide objecten in hout. Interactie met het materiaal, eigen vaardigheden en/of zelf ontwikkelde technieken of benadering waren daar de kern van. Oog voor structuur, textuur,vorm van de boom, ieder ontwikkelde zijn eigen spoor.
In de industrie sinds de jaren 40/50 zijn ontwerpen en maken gescheiden en het vak van industrieel (meubel)ontwerper is ontstaan. Ko Liang I werd als ontwerper in dienst genomen door Artifort in de jaren 50. Artifort overleefde de neergang in de meubelindustrie van de 70er en 80 er jaren van de vorige eeuw, maakte ook in internationaal opzicht furore. Algemeen wordt aangenomen dat dit te danken is aan het feit dat zij als eerste ontwerpers in dienst namen en zo een eigen stijl en kwaliteit ontwikkelden.
Inmiddels is de scheiding zover gevorderd dat ontwerpen een aparte discipline wordt die uitgaat van abstracties die door industrieel apparaat wordt geproduceerd in grote aantallen. Ontwerpopleidingen zijn onderdelen van kunstacademies of technische universiteiten. Vorm-geven staat daar centraal in. Juist om onderscheidend te kunnen werken bepaalt ontwerp sterk het succes van het product of meubel. Ontwerpers zetten trends en bepalen zo sterk het gezicht van de producten. Het industrieel apparaat met vakmensen heeft als enige rol het (zo goedkoop mogelijk) uitvoeren en spelen geen rol in het uitdenken, of worden daarin in ieder geval niet genoemd.

Hier doet zich een merkwaardig fenomeen voor: Het ambacht, eeuwenlang onmisbaar voor ingrijpende innovaties in zowel produceren als conceptualiseren, wordt een voertuig om een beeld van het verleden op te roepen, een gevoel van nostalgie. Mogelijk vormt dat een reactie op het onpersoonlijke en eenvormige van het industriële product. In vormgeven krijgt ambachtelijkheid zo een betekenis van behouden en nostalgie.
De term ambachtelijk zwalkt daarom nu ergens tussen deze twee uitersten, enerzijds als meer behoudend, anderzijds een mogelijkheid voor ontwikkelen van een duurzame productie op basis van de mogelijkheden voor "ontwerp en product op duurzame maat", in deze tijd juist vernieuwend.
Paradoxaal is ook dat nu op dit moment middelgrote en kleine bedrijven, ondanks hun zeer beperkte financiële mogelijkheden, toch een naar verhouding grote bijdrage leveren in innovatie van producten en productieprocessen van nu, met name wanneer het gaat om duurzaamheid. Het werken met beperkte mogelijkheden schept kennelijk grote kansen.
Essentieel hierin is dat hoofd en handen verenigd zijn in één persoon en zo de mogelijkheid biedt voor "ontwerp en uitvoering op maat". In die zin dat ook ontwerp op maat kan worden gemaakt, qua stijl, qua materiaal qua invulling. Dit biedt grote mogelijkheden m.b.t flexibiliteit zowel in vormgeving als uitvoering. Een en ander staat of valt met de flexibiliteit van de ontwerper en maker. Is die in staat eigen invulling te geven aan verzoeken die lang niet altijd met die intentie worden gedaan. Kan die zijn eigen kansen creëren om op "eigen wijze" los van modetrends en hypes een eigen lijn, stijl te creëren op basis van heldere concepten en visie? Een tegenwicht vormen tegen het vaak onpersoonlijke "design", van en masse ver weg geproduceerde meubelen of objecten?
Olivier Messian behoorde in zijn tijd tot de "avant garde" in de muziek. Vaak wordt hij ook nu daar nog toe gerekend...

Jan van Tiggelen.

(artikel in Houtstof , kwartaalblad van Stichting Houtrijk, vh. Ver. Houtrijk Nederland.)